ONDERWIJZERS VAN DE UNIVERSITEIT – ‘BRUG TUSSEN THEORIE EN PRAKTIJK’

DEN HAAG (GPD) _ In 2008 maakte Lisette Steenbakkers (22) deel uit van de eerste lichting van ongeveer vijftig studenten aan de academische onderwijzersopleiding voor het basisonderwijs. Binnenkort studeert ze als een van de eerste dertig af. Hoewel haar klasgenoten nog wel het een en ander aan te merken hebben op de piepjonge opleiding, valt uit haar mond geen kritisch woord te horen.

Steenbakkers: ,,Wat mooi is aan deze opleiding is dat wat je hebt geleerd uit de boeken, kunt terugzien en toepassen in de klas. De opleiding slaat daarmee een brug tussen de theorie en de praktijk.”

Net als veel van haar klasgenoten wilde Steenbakkers na haar vwo-diploma de lerarenopleiding volgen. Met haar diploma op zak gaf ze de voorkeur aan een academische opleiding, en zo kwam ze uit bij de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs (ALPO).

Ze heeft haar opleiding gevolgd aan het Centrum Theo Thijssen (Hogeschool Utrecht) in combinatie met de Universiteit Utrecht (onderwijskunde). In het kader van die studie liep ze de afgelopen vier jaar wekelijks één dag stage op verschillende basisscholen, en besteedde de rest van de week aan studie en onderzoek. Het laatste jaar stond ze soms ook twee dagen voor de klas, op de Sint Lucia basisschool in Mierlo.

Op enkele opstartproblemen bij de opleiding na, zoals de communicatie of de afstelling tussen verschillende vakken, noemt ze het onderwijsprogramma inhoudelijk ‘geweldig’ en ‘uitdagend’. Tijdens haar stage kreeg ze de ruimte om zich verder te ontwikkelen.

,,Het was eerst wel even aftasten, maar wanneer je jezelf hebt bewezen krijg je steeds meer verantwoordelijkheden. Vooral in de laatste twee jaar was er veel waardering voor wat ik deed. Toen stond ik alleen voor de klas, deed ik mee aan vergaderingen en voerde ik mijn onderzoek uit.”

Volgend schooljaar staat Steenbakkers voor de klas om ervaring op te doen als inval-leerkracht. ,,Het is nu niet makkelijk werk te vinden, daarom is beginnen als invalkracht voor de klas een goede eerste stap op weg.” Vervolgens is ze van plan nog een opleiding te doen, om daarna weer het onderwijs in te gaan.,,Het liefst sta ik dan drie dagen voor de klas en doe ik twee dagen onderzoek. Dat is waar de meerwaarde van academisch geschoolde leraren ligt. We kunnen het onderwijs verbeteren door gerichte aandacht voor dyslectici bijvoorbeeld, of didactisch onderwijs. Ik wil ze zo begeleiden dat ze zich goed ontwikkelen.”

Dat de ervaring met onderzoek veel afgestudeerde ALPO’ers wel eens beter zou kunnen bevallen dan het voor de klas staan, erkent ze. ,,Je proeft van onderzoek, dus het risico is er dat je dit blijft doen.” ALPO leraren onderscheiden zich ook niet per definitie in beter lesgeven. ,,Ik denk niet dat we veel beter zijn in lesgeven dan reguliere leraren, al hebben we misschien wel meer vaardigheden om ons door te ontwikkelen. Hoewel we ons dus onderscheiden door onze academische achtergrond, verwacht ik dat veel studenten voor de klas blijven staan.”

Met haar diploma op zak twijfelt ze geen moment dat ze haar plekje op de toch al krap bezette arbeidsmarkt zal weten te veroveren. ,,De opleiding is nog nieuw, maar over een paar jaar weet iedereen wat de ALPO is. We zullen onze meerwaarde bewijzen.”

Advertisements