Voor de klas staan én onderzoek doen

DEN HAAG (GPD) _ Academisch geschoolde leerkrachten zijn een meerwaarde voor basisscholen, maar hun kwaliteiten worden nog niet altijd volledig benut. ,,Er heerst soms nog wat koudwatervrees. Maar we zijn op de goede weg. De studenten zijn positief en de scholen zijn dat over hen.”

Dit blijkt uit een eerste verkennend onderzoek op basisscholen en academische lerarenopleidingen, waarvan de eerste groep dit jaar afstudeert. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs.

In 2008 begon de eerste lichting leerlingen aan de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs (ALPO) in Utrecht. Het doel van de opleiding was om een extra impuls te geven aan de versterking van het primair onderwijs, iets waarbinnen de basisscholen behoefte was.

Studenten maakten zich er de vaardigheden van de reguliere lerarenopleiding eigen, aangevuld met elementen uit het studieprogramma van de opleiding onderwijskunde, pedagogische wetenschappen, of pedagogiek van de desbetreffende universiteit.

Freddy Weima (40), secretaris van het Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs, is opgewekt over de resultaten van het onderzoek. ,,De studenten blijken breed opgeleid, kritisch en ambitieus. In een tijdperk waar meer behoefte is aan hoger opgeleid personeel, excellentieprogramma’s en meer professionaliteit en efficiëntie, is deze groep meer dan welkom.”

Toch zijn de veranderingen soms ook even wennen. Dit ervoeren de studenten af en toe tijdens hun stages.

Weima: ,,Soms is er argwaan. Het is nieuw, daarom kijken sommige leerkrachten extra kritisch naar de academische stagiaires. Maar vaak weten ze niet eens dat de studenten van de academische lerarenopleiding komen want die schermen daar niet mee. Het is logisch dat je als school en als leerkracht aan elkaar moet wennen.”

Dat de academisch geschoolde stagiaires niet altijd als academische studenten worden erkend, is een ander punt waar het onderzoek aandacht aan besteedt. Zo is er tijdens de stages meestal maar in beperkte mate ruimte voor het uitvoeren van aanvullende taken, hoewel de studenten hier wel voor worden opgeleid. Ook gaven studenten aan zich soms niet voldoende gewaardeerd te voelen.

Weima erkent dat op deze punten nog winst valt te boeken, maar maakt zich geen zorgen. ,,De uitdaging tijdens de stages is het voor de klas staan. De academische inbreng komt vooral in het laatste jaar, wanneer de studenten een eigen onderzoek doen. En dan is die waardering er wel degelijk. Omdat we net zijn begonnen is slechts een beperkt aantal studenten al zo ver in zijn of haar studie.”

Advertisements