Hoe de grens over te steken?

Om in Syrië te komen moet je de grens oversteken. Maar die is dicht. Tot nu toe lukt het steeds, al blijft het een verhaal apart. Deze keer de grensoversteek van Irak naar Syrië, met een Amerikaan en een Zweed.

L_3 Photo Andreas Stahl

Het begint met iemand die je moet kennen die je een telefoonnummer geeft van iemand die je verder kan helpen. Op weg naar Koerdisch Syrië was dat een vriend die bij de Iraakse televisie werkt. ,,Ben je er klaar voor?” vroeg hij. ,,Kun je zeven uur lopen? Je weet dat het gevaarlijk is? OK, bel dit nummer dan maar. Hij kan alleen geen Engels.”

Ik vroeg een willekeurige Koerd die Engels sprak om het nummer te bellen, hij kreeg ene Mohammed aan de lijn, en zei mij dat ik tien minuten later in mijn hotel moest zijn. Twee uur later arriveerden drie mannen in zwarte stofjassen die zeiden: ,,Regel toestemming van de Iraakse geheime dienst om naar de grens te gaan. Spreek dan met een persoon wiens naam je pas mag noemen in Syrië.” Ik schreef de naam op. Toen vertrokken ze weer.

De volgende dag liepen we het kantoor van de geheime dienst binnen waar ik ooit mijn visum had geregeld. In kamer 9 zat iemand die Engels sprak, herinnerde ik me. We gaven onze telefoons noodgedwongen af bij de balie, liepen door het kantoor alsof we wisten waar we moesten zijn, werden nergens gestopt, stapten kamer 9 binnen en begonnen te praten. ,,We zijn hier omdat jij goed Engels kunt,” paaiden we de agent. Hij lachte trots en hielp ons verder. We moesten iemand bellen, zei hij, kregen toestemming om onze telefoon weer op te halen bij de balie, en kregen, nadat hij met de man in de stofjas had gebeld, te horen dat we naar de hoofdofficier moesten gaan. Die zei: ,,Wat doen jullie hier? En waarom kan die man aan de telefoon geen Engels en jullie geen Koerdisch? Ga naar het hoofdbureau. Wij kunnen je niet helpen.”

Daar zei een man achter een groot bureau: ,,Syrië, daar kun je niet in. Het is gevaarlijk daar.” We kregen thee. Iemand anders zei: ,,Tussen ons: het kan wel.” Een ander zei: ,,Het kan niet, maar ik wil wel dat jullie gaan want het is belangrijk dat mensen weten wat de Koerden nu meemaken.” De man achter het bureau had tranen in zijn ogen toen hij dat hoorde. ,,Zijn de emoties,” riep een andere man. ,,Hij komt uit die regio.” Vervolgens stuurde de man achter het bureau ons naar een kantoor en kregen we van een officier een brief met een stempel in een enveloppe. ,,Wij zijn verantwoordelijk tot de grens,” zei hij. ,,Daarom kunnen jullie niet naar Syrië.” Hij bleef mij strak aankijken en ik wist: hij bedoelt dat we het vanaf daar zelf moeten regelen.

De volgende dag belde een vriend van de man in de stofjas op die Engels sprak. Hij legde uit hoe het zou gaan lopen nu we de enveloppe hadden bemachtigd. De enveloppe zou ons langs de checkpoints van het Iraaks Koerdische leger (Peshmerga) loodsen tot aan de grens. Daar zouden we moeten spreken met een hoge officier die mogelijk een oogje dicht zou knijpen of zo, en aan de andere kant van de grens moesten we de naam noemen van de man die we in Irak niet mochten noemen. Zijn naam zou betekenen dat we goed volk waren. Dan moesten we bellen naar een Syrisch nummer en zouden we worden opgehaald.

De volgende middag rond vier uur reden we met een taxi van Duhok naar Zakho. Daar namen we een taxi naar een plaats die de man aan de telefoon ons gaf. Het eerste checkpoint liet ons door. Het tweede stopte ons. Nadat we de enveloppe lieten zien excuseerde hij zich en reden we verder. Drie checkpoints later, bij een brug, stopten we opnieuw. We mochten niet verder. Ik belde een nummer van de man die Engels kon, maar raakte door mijn beltegoed heen. Toen stopte een auto met iemand die Engels sprak en die legde uit dat we toestemming moesten hebben om naar de grens te komen. Dat hadden we, maar we moesten een andere brief uit een andere stad. Daarnaast was het te gevaarlijk omdat het nacht was. Ik belde met mijn Nederlandse nummer en vervloekte de hoge kosten.

Zo zaten we een uur naast een ton met vuur bij het checkpoint te wachten en te roken. Ik belde meerder personen en vroeg de baas van de grenspost te spreken, nadat iemand mij dat had aangeraden. Dat mocht niet. Toen wilde ik dat hij de brief in de enveloppe las, maar de man van het checkpoint was niet in de positie om de enveloppe te openen, zei hij. Inmiddels had ik een man uit Den Haag aan de lijn. Een neef van een andere passant. Hij lachte om de in zijn ogen onmogelijke situatie, en ik besloot de enveloppe voor de grenspostman te openen. Toen veranderde er iets. Ik weet niet wat er stond, want het was in het Koerdisch, maar we moesten even terugrijden naar een legerbasis om te praten. Daar kregen we thee, keken samen met vijf militairen naar America Funniest Home video’s, belden de man in Syrië die op ons zou wachten en de Engels sprekende Koerd opnieuw, lieten de brief zien en reden terug naar de brug.

Daar stonden inmiddels andere wachters die ons wederom niet door lieten. De taxichauffeur, een oude man, zonk de moed in de schoenen, maar uiteindelijk mochten we doorrijden. Nadat we eerst de auto hadden aangeduwd want de accu was niet goed meer. Inmiddels was het nacht. Overal liepen militairen langs de weg. Het was donker en koud. We stopten na een half uur bij een andere militaire basis. We kregen thee, rookten sigaretten met een tiental soldaten en na een paar minuten betraden we een kamer met hoge officieren. Een man had een neef in Den Bosch die hij belde. We spraken even over hoe mooi Koerdistan en Nederland zijn en de man in Den Bosch benadrukte dat zijn familie ons zou helpen. De officieren betaalden onze taxi en na nog meer thee reden we in een pick-up truck de nacht in.

Midden in de duisternis stopten we. We stapten uit en de militairen wezen de nacht in. ,,Zie je dat lichtje daar in de verte? Dat is de PKK in Syrië. Als je deze heuvel overloopt, door het veld, dan kom je er,” zei een van hen. Aan de andere kant van een donker veld achter een heuveltje scheen inderdaad een lichtje. Het was de grens en aan de andere kant stonden mannen met geweren, dus vroeg ik: ,,Is het veilig?” ,,Ja ,het zijn Koerden. Natuurlijk is het veilig,” zei de militair als of ik iets heel doms had gevraagd. De Amerikaan twijfelde, maar we liepen de nacht in. Tweehonderd meter verder lag Syrië immers. Ons doel.

Het enige licht dat we hadden was een lampje in een aansteker. Al pratende kwam het huisje dichterbij en het bleek een bunker te zijn met een enorme foto van PKK leider Ocalan ervoor. In de basis blaften honden, waardoor we even stopten. Al snel kwam er een jongen met een kalasjnikov aanlopen die ons meenam naar een kamer met vier jongens. Vier kalasjnikovs stonden tegen de muur en er hing een grote poster van een rebel. Op de TV was Koerdische muziek.

,,Wat komen jullie doen?” vroeg de jongen toen hij thee had laten brengen. ,,We willen naar Syrië en iemand gaat ons hier ophalen,” legde ik uit. ,,Zijn jullie PKK?” Vroeg de Amerikaan. ,,Nee PYD. We houden van Ocalan en we zijn tegen Assad. Maar we zijn Syrische Koerden,” zei de jongen die de leider bleek te zijn. Hij was amper 25. Er brandde een kacheltje en we lagen een uur of twee op een matrasje te roken, thee te drinken en baklava te eten. ,,Wij zijn Koerden,” zei de leider. ,,Zo doen wij dit.”

Om twaalf uur stapten twee jongens de kamer binnen die ons naar de stad Deriq zouden brengen. Ze dachten dat we het nooit zouden halen en waren daarom iets anders gaan doen. Alle andere journalisten werden bij de brug tegengehouden en moesten voor veel geld via Turkije reizen, zei een van hen. ,,Jullie zijn een geluksteam.” We namen afscheid van de jongens in de kamer en liepen naar een kleine auto. Onderweg zagen we ja-knikkers die niet werkten. Sinds 21 juli onder controle van de Koerden, zei de fikser. Het gasbedrijf werkte wel, maar er was nog steeds een tekort aan alles. Via verschillende checkpoints met Koerdische YPG strijders, kwamen we aan in een kamer vol jongens achter een Playstation.

Het huis waar we waren en het eten in de keuken was zo lang als we wilden voor ons, zei een van hen. Gratis. Aan de muur hing een foto van Ocalan. Na de thee gingen we slapen. Het was twee uur en er was geen elektriciteit. Dat was er slechts een uur per dag. Alles was duisternis en het vroor in het huis. Maar we waren weer in Syrië en konden aan de slag om krantenberichtjes te maken. Het ging nu pas beginnen.

Advertisements